Rekenmethode voor zorg en bedrijven
De benodigde wascapaciteit volgt niet rechtstreeks uit het aantal bewoners, kamers of medewerkers. Meet eerst het droge wasgewicht per wasstroom en reken daarna met piekbelasting, programmaduur, handlingtijd, realistische belading en de gevolgen van machinestilstand.
Kort antwoord: meet minimaal 7 dagen, bij voorkeur 14 dagen, hoeveel kilo droge was iedere dag ontstaat. Gebruik de zwaarste representatieve dag als piekbelasting. Bereken vervolgens hoeveel volledige cycli binnen het netto productievenster passen. Een opstelling is groot genoeg wanneer de gezamenlijke dagproductie de ontwerpbelasting haalt en, als continuiteit vereist is, de kritische wasstroom ook bij uitval van de grootste machine kan doorgaan.
De formule voor wascapaciteit
Technorette gebruikt voor een eerste technische dimensionering vier stappen. Dit is een transparante rekenmethode, geen wettelijke kilogramnorm per bewoner.
Ontwerpbelasting = gemeten piekgewicht per dag x groeifactor
Haalbare cycli per machine = afronden naar beneden van netto productieminuten / (programmaduur + handlingtijd)
Dagproductie per machine = nominale belading x realistische vulgraad x haalbare cycli
Totale dagproductie = som van de dagproductie van alle machines
| Invoer | Wat je meet | Waarom dit nodig is |
|---|---|---|
| Piekgewicht | Kilo droge was op de zwaarste representatieve dag | Een gemiddelde dag verbergt wisseldagen en weekendophoping. |
| Groeifactor | Bijvoorbeeld 1,10 bij 10 procent verwachte groei | Voorkomt dat de opstelling direct na uitbreiding te klein is. |
| Netto productietijd | Openstelling x werkelijke benuttingsgraad | Personeelsuren zijn niet volledig beschikbaar voor machinecycli. |
| Programmaduur | Tijd van het echte zorg- of bedrijfsprogramma | Een kort testprogramma geeft een te hoge theoretische capaciteit. |
| Handlingtijd | Laden, lossen, sorteren en programmawissel | De trommel kan tijdens deze minuten geen nieuwe cyclus draaien. |
| Vulgraad | Werkelijk aandeel van de nominale belading | Gescheiden wasstromen leveren niet altijd een volle trommel op. |
| Kritische wasstroom | Kilo die bij storing dezelfde dag verwerkt moet worden | Hiermee toets je of de resterende machines of noodroute voldoende zijn. |
Meetprotocol: 7 tot 14 dagen
- Weeg droog wasgoed voor het wassen, niet nat textiel na het programma.
- Registreer per dag bewonerskleding, beddengoed, handdoeken, bedrijfskleding, keukenwas, moppen en bijzonder of besmet wasgoed apart.
- Noteer per wasstroom het gebruikte programma en de werkelijke programmaduur.
- Leg vast hoeveel minuten laden, lossen, sorteren en intern vervoer kosten.
- Markeer normale dagen, wisseldagen, weekendophoping en afwijkende bezetting.
- Bepaal welke kilo’s niet tot de volgende dag kunnen wachten. Dit is de kritische wasstroom.
Voor zorglocaties: het RIVM verlangt onder meer dat schone en vuile was gescheiden blijven, dat vuil wasgoed dagelijks wordt gewassen en dat geen verkorte wasprogramma’s worden gebruikt. Daardoor kun je niet alle kilo’s als één uitwisselbare stroom behandelen. Bekijk de actuele RIVM-hygienerichtlijn.
Rekenvoorbeeld voor een woonzorglocatie met 80 bewoners
Het bewonersaantal alleen is onvoldoende. In dit voorbeeld is daarom eerst gemeten. De locatie produceert gemiddeld 96 kg droge was per dag en 120 kg op de zwaarste representatieve dag. Bij 10 procent groei is de ontwerpbelasting 132 kg per dag.
- Productievenster: 8 uur per dag.
- Realistische benutting: 80 procent, dus 384 netto productieminuten.
- Voorbeeldmachine: 11 kg nominale belading.
- Programma: 59 minuten, plus 6 minuten handling.
- Haalbare cycli: 384 / 65 = 5 volledige cycli per machine.
- Realistische vulgraad: 90 procent.
- Dagproductie per machine: 11 x 0,90 x 5 = 49,5 kg.
- Drie gelijke machines: 148,5 kg per dag en daarmee voldoende voor 132 kg ontwerpbelasting.
Continuiteitstoets: bij uitval van één machine blijft 99 kg per dag over. Dat is alleen voldoende wanneer de kritische wasstroom maximaal 99 kg is of wanneer een aantoonbare externe noodroute beschikbaar is. Voor volledige N+1-dekking van alle 132 kg zijn in dit voorbeeld vier gelijke machines nodig.
De cyclustijd van 59 minuten is in dit voorbeeld ontleend aan het officiele productblad van de Electrolux Professional WH6-11 voor ECO 60 graden bij volledige belading. Een Miele PWM 508 vermeldt bijvoorbeeld 8 kg in 49 minuten. Gebruik altijd het productblad en het werkelijke programma van de gekozen uitvoering. Zie het Electrolux WH6-11 productblad en de Miele PWM 508 productspecificatie.
Reken zelf je opstelling door
Deze calculator gebruikt dezelfde formule als hierboven. De uitkomst is een technische eerste controle en geen definitief machineadvies.
Waarom een bewonerskengetal nooit het eindantwoord is
Praktijkcijfers verschillen sterk door het uitbesteden van bedlinnen, zorgzwaarte, kledingpakket, bezetting en het aantal wasdagen. Electrolux Professional beschrijft bijvoorbeeld een locatie met ongeveer 120 tot 125 bewoners die 70 tot 80 kg per werkdag verwerkt en een deel van het bedlinnen uitbesteedt. Dat is bruikbaar als vergelijking, niet als vaste norm voor een andere locatie. Bekijk de Electrolux-praktijkcase van Vilberg.
De machinekeuze moet bovendien passen bij de afzonderlijke wasstromen. De RIVM-richtlijn stuurt op scheiding van schoon en vuil. NEN-EN 14065:2026 beschrijft het RABC-systeem voor het blijvend beheersen van microbiologische kwaliteit in wasserijen. De norm geeft geen vast aantal kilo’s per bewoner. Bekijk NEN-EN 14065:2026 bij NEN.
Controleer ook de droger, aansluitingen en routing
- Droogcapaciteit: de drogers moeten de natte output van de wasmachines binnen hetzelfde werkvenster verwerken.
- Elektrisch vermogen en water: een langere opwarmtijd verlaagt het werkelijke aantal cycli.
- Afvoer en ventilatie: controleer capaciteit, warmteafgifte en de eisen van de gekozen droger.
- Routing: voorkom dat schone en vuile stromen elkaar kruisen.
- Serviceplan: leg vast wat er gebeurt bij storing van de grootste machine.
Bronnen en controleerbare uitgangspunten
- RIVM, Hygienerichtlijn voor verpleeghuizen, woonzorgcentra en kleinschalig wonen. Gewijzigd op 8 juni 2026. Gebruikt voor scheiding, dagelijkse verwerking en volledige programma’s.
- NEN-EN 14065:2026. Gebruikt voor de positionering van RABC als risicobeheersysteem, niet als kilogramnorm.
- Electrolux Professional WH6-11, officieel productblad. Gebruikt voor 11 kg nominale capaciteit en 59 minuten ECO 60 graden in het rekenvoorbeeld.
- Miele Professional PWM 508, officiele productspecificatie. Gebruikt als controlevoorbeeld voor 8 kg in 49 minuten.
- Electrolux Professional, Vilberg Health and Care Home. Gebruikt om te tonen waarom bewonersaantallen zonder afbakening van de wasstroom geen vaste kilogramnorm opleveren.
Bronnen en inhoud gecontroleerd op 18 augustus 2026. Producttijden gelden alleen onder de condities uit het betreffende productblad. Meetwaarden, programma’s en aansluitingen op locatie blijven leidend.
Laat Technorette de capaciteit op locatie vastleggen
Technorette meet de wasstromen, berekent de dagproductie en storingsreserve, controleert aansluitingen en werkt de uitkomst uit tot een machinespecificatie. Op werkdagen reageren wij binnen 2 uur, maandag tot en met vrijdag van 08:00 tot 22:00.
Veelgestelde vragen over wascapaciteit
Hoe bereken je de capaciteit van een professionele wasmachine?
Meet de droge piekbelasting per dag, vermenigvuldig die met de groeifactor en deel de uitkomst door de haalbare cycli. Bereken cycli uit netto productieminuten gedeeld door programmaduur plus handlingtijd. Corrigeer daarna voor de realistische vulgraad.
Hoeveel kilo was produceert een zorglocatie per bewoner?
Daarvoor bestaat geen algemene Nederlandse norm. Bewonerskleding, bedlinnen, uitbesteding, incontinentie, zorgzwaarte en het aantal wasdagen veranderen de uitkomst. Meet daarom 7 tot 14 dagen het droge gewicht per wasstroom.
Hoeveel machines heeft een locatie met 80 bewoners nodig?
Dat is niet uit 80 bewoners alleen af te leiden. In het uitgewerkte voorbeeld leidt 120 kg piekbelasting, 10 procent groei en vijf cycli van 11 kg bij 90 procent vulgraad tot minimaal drie machines. De eigen meetwaarden blijven bepalend.
Wat betekent N+1 voor een wasserij?
N+1 betekent dat de noodzakelijke productie doorgaat wanneer de grootste machine uitvalt. Toets daarom de capaciteit van alle resterende machines tegen de kritische dagelijkse wasstroom en leg anders een externe noodroute vast.
Waarom tel je handlingtijd bij de programmaduur op?
Tijdens laden, lossen, sorteren en programmawissel kan de trommel geen nieuwe cyclus draaien. Wie alleen de programmaduur gebruikt, overschat het aantal haalbare cycli per dag.
Welke vulgraad moet ik gebruiken?
Gebruik de gemeten gemiddelde vulgraad per wasstroom. Een tijdelijke aanname van 80 tot 90 procent kan voor een eerste scenario, maar moet voor het definitieve advies worden vervangen door meetgegevens.
Moet de droger evenveel kilo aankunnen als de wasmachine?
De totale droogproductie moet de natte output van de wasmachines binnen het beschikbare werkvenster verwerken. Vergelijk daarom niet alleen nominale kilo’s, maar ook restvocht, droogtijd en het aantal haalbare droogcycli.
Is deze formule een wettelijke norm?
Nee. Het is een transparante technische dimensioneringsmethode. RIVM en NEN sturen op hygienische procesbeheersing; productbladen leveren de machinespecifieke capaciteit en cyclustijd.